Bruin zandoogje / Maniola jurtina

Sp. 40-48

 
 
Voorkomen: Nederland, heel Europa, vrij algemeen.
Biotoop: Open droge en matig vochtige gebieden, bloemrijke graslanden.
Vliegtijd: 1 generatie, eind mei t/m september.
Waardplanten: Bergdravik Bromopsis erecta) Genaald schapengras (Poa ovina)  Veldbeemdgras  (Poa pretensis) Ge-streepte witbol (Holcus lanatus)
Eitjes: Het vrouwtje zet de eitjes af op de grasstengels. Geligbruin met bruine griebeltjes.
Rups: 25mm. Lichtgroen met lange fijne strepen, groene kop, fijne beharing licht naar achteren gebogen. De soort over-winterd als halfvolgroeide rups. De kleur van de pop is zeer variabel, gelig, bleek-groen.
Pop: Lichtgroen of lichtgeel met bruine vlekken. De verpopping vindt meestal valk bij de grond plaats aan een verdorde grasstengel. 
Obermillstatt, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, vrouwtje
   
  Afritz, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, vrouwtje

 

 
   
  Weerribben, Overijssel, Nederland,  juni 2008, mannetje

 

 
   
  Wyldemerk, Friesland, Nederland, juli 2008, vrouwtje

 

 
   
  Kwintelooijen, Utrecht, Nederland, juni 2008

 

 
   
  Afritz, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006