Heideblauwtje / Plebejus argus

Sp. 26-32mm

 
Voorkomen: Europa, Turkije, AziŽ (met gematigd klimaat), N-China, Japan.
Vliegtijd: 1 generatie soms 2, mei/juni, juli / september.
Biotoop: In allerlei biotopen, bloemrijke, grazige vegetaties, heiden.
Waardplanten: Vlinderbloemigen (Fabaceae);Dopheide (Erica tetralix)
Eitjes: Wit, rond en plat, met een mooie structuur.
Rups: 13mm, half maart-half juni. Groen, met een wit afgezette, zwartachtig bruine lengtestreep,en onder de spiracula een witte lengtestreep; flanken zijn soms getekend met bruinachtig groene diagonale strepen; er komt ook een roodachtig bruine vorm voor, met een purperen lengtestreep over de rug.
Sommige rupsen worden meegenomen door mieren en verpoppen zich in het mierennest, andere die niet meegenomen worden verpoppen zich in de grond.
Pop: Lichtgroen .Overwinterd als ei, laag bij de grond op b.v. struikhei.

 

Gailtal, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, mannetje

 

   
  Gailtal, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, vrouwtje

 

 
   
  Gailtal, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, mannetje

 

 
   
  Gailtal, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, vrouwtje

 

 
   
  Gailtal, KarinthiŽ, Oostenrijk, augustus 2006, vrouwtje