Kleine rotsvlinder / Lasiommata petropolitana

Sp.19-21mm

 
 
Voorkomen: PyreneeŽn, de Alpen, tot in de Karpaten, Balkan, Noorwegen, Zweden, Finland, Letland, Estland.
Vliegtijd: 1 generatie, eind april / begin augustus.                    
Biotoop: Grazige, stenige, zandachtige of rotachtige steil-randen, geulen en open plekken in bos of bosranden.
Waardplanten: Kropaar (Dactylis glome-ata) Roodzwenkgras (Festuca rubra)  Ruig schapegras (Festuca ovina)     
Eitjes: De eitjes worden een voor een afgezet op een aantal grassoorten.
Rups: Overwintert als rups of pop.
Pop: Lichtgroen of bruin vlak bij de bodem, overwinterd ook wel als rups.

 

Turracher HŲhe, KarinthiŽ, Oostenrijk, juni 2006